Het bewijsbeding in algemene voorwaarden

In algemene voorwaarden kunnen allerlei bedingen worden opgenomen. Een daarvan is het bewijsbeding. Een bewijsbeding is een beding waarin staat opgenomen op wie bij bepaalde kwesties de bewijslast rust. Dit beding is echter niet altijd geldig. Uit de jurisprudentie blijkt dat een dergelijk beding nog wel eens vernietigd wordt omdat het onredelijk bezwarend is (artikel 6:233 sub a BW). Uit twee uitspraken blijkt echter dat de juiste formulering hierbij van cruciaal belang is.

Zo oordeelde het hof Amsterdam op 2 april 2019[1] dat een bewijsbeding in het huurrecht onredelijk bezwarend was. In de voorwaarden was het volgende opgenomen:

“Huurder bewoont het gehuurde gedurende de huurtijd bij voortduring zelf en heeft er zijn hoofdverblijf. Gebruik van het gehuurde als pied-à-terre (‘Gelegenheid tot verblijf voor iemand die elders woont’) is niet toegestaan. De bewijslast van het hebben van hoofdverblijf rust op huurder.”

Volgens het hof was met name onredelijk het feit dat in alle gevallen de bewijslast op de huurder lag, ook wanneer er geen sprake was van een duidelijke tekortkoming.

Het hof Amsterdam heeft op 28 april 2020[2] zich over een soortgelijk beding uitgesproken. In de voorwaarden stond het volgende te lezen:

“Indien de huurder het gehuurde zonder de schriftelijke toestemming van verhuurder geheel of gedeeltelijk heeft onderverhuurd, in huur heeft afgestaan of aan derden in gebruik heeft gegeven, rust de bewijslast op de huurder dat hij het onafgebroken hoofdverblijf heeft in het gehuurde.”

Het hof oordeelde dit keer anders, namelijk dat het beding niet kon worden vernietigd omdat het niet onredelijk bezwarend was. De reden hiervan was dat de omstandigheden waarop de wijziging van de bewijslast in het artikel betrekking had, geheel in de sfeer van de huurder lagen.

Het grote verschil tussen beide bedingen is dus de formulering. Waar het in het eerste geval niet duidelijk gaat om een tekortkoming van de huurder, gaat het in het tweede geval om redenen die wel geheel in de risicosfeer van de huurder liggen. In dat geval is het beding dus wel toegestaan.

[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1109

[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:1443

22 september 2020

Nathalie van Poucke